Verkeerswerkblaadje: ik als fietser (2e graad)

  • L
19 april 2017

Ik, als fietser

Hieronder kun je een werkblaadje downloaden rond het thema 'Ik, als fietser', een leuk intermezzo voor leerlingen van het derde of vierde leerjaar! Idealiter koppel je hier nadien een praktijkles 'fietsen' aan. Kant-en-klare activiteiten en fietsspelletjes voor de tweede graad vind je in het Fietsbrevet Zilver van de VSV. Je kunt deze handleiding en brevetjes ook bestellen op de webshop.verkeeropschool.be

Lestips, juiste antwoorden & feedback

Waar fiets je? Juist of fout.

  1. Fout. Het ronde rode bord met de witte streep zegt dat deze straat een eenrichtingsweg is waar bestuurders langs deze kant niet mogen inrijden. Maar het witte bord dat eronder hangt zegt dat er een uitzondering gemaakt wordt voor fietsers en trage brommers. Zij mogen wel langs deze kant in de straat rijden.
  2. Juist. Je mag op dit kruispunt links afslaan of rechtdoor rijden. Als het blauwe bord met de witte pijl rond was geweest dan was het wel een verplichte rijrichting.
  3. Fout. Er zijn hier fietspaden langs beide kanten van de rijbaan. Fietsers moeten daar op rijden. Ze moeten bovendien het fietspad gebruiken dat rechts in hun rijrichting ligt. Fiets je vanaf dit kruispunt naar school dan ben je dus verplicht om het fietspad aan de rechterkant te gebruiken.
  4. Fout. Wanneer er geen fietspad is, moeten fietsers rechts op de rijbaan fietsen. Maar uiterst rechts blijven is niet altijd even vanzelfsprekend. In deze straat is er te weinig plaats tussen de bloembak en de rand van de rijbaan. Bovendien staat er een auto geparkeerd en is er een goot. Hier kies je er dus best voor om de bloembak langs links voor bij te rijden. Je kijkt eerst over je schouder om er zeker van te zijn dat er geen auto komt. Dan steek je even je linkerarm uit en rijd je de bloembak voorbij.

 

Fietsers, fietsers, allemaal fietsers

Oplossing: 1 – c, 2 – e, 3 – d, 4 – a, 5 - b.

Bespreek met de leerlingen hoe de borden eruit zien: welke kleur heeft het bord? Welke vorm? Wat voor soort bord is het dan?

 

Quiztijd!

  • Tot welke leeftijd mag een fietser met een kleine fiets op het voetpad rijden?
    1. Tot maximum 12 jaar.
    2. Tot maximum 9 jaar.
    3. Tot maximum 5 jaar.

Feedback: kinderen tot 9 jaar mogen op het voetpad en de verhoogde berm rijden. Er is wel een extra voorwaarde: de diameter van de wielen van de fiets mag niet groter dan 50 cm zijn, de banden niet inbegrepen. Het is echter niet zo dat politieagenten de kinderen op de stoep zullen controleren, er komt zeker een dosis gezond verstand bij kijken. Zo kunnen ouders best inschatten wanneer hun kind bekwaam genoeg is om op de rijbaan te fietsen. Sommige ouders kiezen er voor om hun kind te laten meefietsen naast hen op de rijbaan (langs de huizenkant), dat kan soms veiliger zijn. Denk aan een voetpad waar veel huizen staan en dus veel auto’s van de oprit kunnen rijden, smalle voetpaden of voetpaden met veel hindernissen (bomen, banken, vuilbakken, …).

  • Is het volgens de wet verplicht dat fietsers een helm dragen?
    1. Alleen volwassenen moeten verplicht een helm dragen, kinderen niet.
    2. Het is niet verplicht, maar kinderen en volwassenen zijn veel veiliger als ze een helm dragen.
    3. Ja, het is verplicht. Anders krijg ik een boete van de politie.

Feedback: fietsers die een helm dragen hebben 85% minder kans op een hoofdletsel bij een ongeval. Het is dus niet verplicht, maar wel slim om er één te dragen.

  • Mag je achterop het bagagerek meefietsen?
    1. Ja, als ik goed oplet.
    2. Dat mag, maar enkel als er geen auto’s zijn.
    3. Neen, ik mag niet op het bagagerek meefietsen.

Feedback: je mag als passagier mee op de fiets, als de fiets is uitgerust met een speciaal stoeltje of een fietskar. Op de bagagedrager zitten, mag niet.

  • Mag je in deze straat fietsen?
    1. Ja, maar ik pas op voor de voetgangers.
    2. Neen, ik mag hier enkel stappen.
    3. Ja, en ik heb voorrang dus fiets heel snel.

Feedback: dit verkeersbord met onderbord ‘Uitgezonderd fietsers’, laat je toe om in de straat te rijden. Er staat ook aangegeven dat het een zone is waar voetgangers en fietsers toegelaten zijn. Je past je snelheid daarom best aan in functie van de voetgangers.

  • Op het fietspad wandelen voetgangers. Wat doe je hier best als fietser?
    1. Ik vertraag en fiets voorzichtig verder op het fietspad.
    2. De voetgangers mogen hier niet zijn. Ik fiets er voorbij en roep dat ze weg moeten gaan.
    3. Ik fiets ze op de straat voorbij.

Feedback: als er geen voetpad is, mogen voetgangers op het fietspad stappen. Als fietser ben je dan best heel voorzichtig en rijd je traag verder op het fietspad. Zo hinderen jullie elkaar niet en blijft het veilig.

 

Woordenzoeker

Oplossing: Zowel vooraan als achteraan mag je fietslicht knipperen.

Wat zegt de wet? Tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag moeten fietsers vooraan én achteraan een vast licht of knipperlicht branden. Vooraan wit of geel en achteraan rood. Dat geldt ook wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter. (200 meter is de afstand tot 4 verlichtingspalen ver in het centrum). De fietsverlichting moet niet verplicht vastzitten op je fiets, maar mag je bijvoorbeeld ook bevestigen op je kleding, je rugzak of andere bagage zolang ze maar duidelijk zichtbaar is voor de andere weggebruikers. Zowel vooraan als achteraan mag je een knipperlicht gebruiken. Daarmee val je zelfs beter op in het verkeer. Als je licht op batterijen werkt, gaan die langer mee in knipperstand. En als je stil staat ben je evengoed zichtbaar.
Reflectoren zijn nog altijd verplicht (vooraan (wit), achteraan (rood), aan weerszijden van de wielen (oranje spaakreflectoren of witte reflecterende strook op band) en op de zijkanten van de pedalen). Denk naast fietsverlichting ook aan een fluohesje (niet verplicht, wel aangeraden!)

 

Auteur:
Els Hendrickx